Planten en hun basisbehoefte

Planten en hun basisbehoefte nl-nl

Eén van de mysteries van de natuur is het groeiproces van planten. Hoewel het inmiddels al lang biologisch verklaard is, heeft dit fenomeen de mens altijd geïntrigeerd. Omdat planten in februari barstens vol energie zitten om te groeien en te bloeien, geven wij de belangrijkste feiten van het groeiproces van de plant hieronder weer.

Ontkiemen

Nadat het bevruchte zaadje van de plant is ontkiemd, ontstaat een piepklein worteltje dat voedingstoffen uit de grond kan opnemen. Hieruit groeit het eerste stengeltje met blaadjes, ook wel ‘lobbladen' genoemd. Wanneer al het voedsel uit het ontkiemde zaadje door het plantje is opgebruikt, is het tijd dat hij met medewerking van zijn omgeving, op eigen benen gaat staan.

Basisbehoefte

Nu begint het overleven. Een van de belangrijkste processen die planten in leven houden en laten groeien, is de fotosynthese. Tijdens het proces van fotosynthese maakt de plant een tweetal stoffen aan.

    • Glucose (voeding)
      Dit gebeurt met behulp van water, kooldioxide en licht. Het water wordt uit de grond opgenomen, de kooldioxide uit de lucht. Het benodigde licht komt, vanzelfsprekend, van de zon.
    • Zuurstof
      De plant heeft zelf slechts een klein deel nodig, de rest scheidt ze af. Zo leveren planten een zeer belangrijk aandeel in onze zuurstofvoorziening. Hier maken wij dankbaar gebruikt van.

      Met behulp van het fotosyntheseproces, voorziet de plant zichzelf van de vier basisbehoeften, te weten licht, lucht, voedsel en water.

      Gunstige groei- en bloeifactoren

      Naast de vier basisbehoeften zijn er nog andere factoren die de groei van een plant bepalen. Hieronder zetten we deze voor u op een rij.

      1. Verzorging van de plant
        Uiteraard heeft de wijze waarop u een plant verzorgd wordt een groot aandeel in de groei- en bloeikwaliteit. Om uw planten zo goed mogelijk te verzorgen, verwijzen wij u naar onze ‘Mest en Bestrijdingsmiddelen' en onze ‘Tuinaccessoires'. Daarnaast vindt u een groot aantal tips over de verzorging in ons Tuinadvies overzicht.
      2. Groeistoffen in de plant
        De belangrijke groeistoffen in de plant zelf zijn enigszins te vergelijken met het menselijke hormoon. Groeistoffen worden in zeer kleine hoeveelheden in de stengel en worteltop van de plant aangemaakt. Daarna worden ze naar de groeiende delen van de plant vervoerd, waar ze aan het werk gaan.
        Voorbeeld: groeistoffen helpen een plant die op een te donkere plek staat (onvoldoende licht krijgt), om naar het licht toe te groeien.
      3. Combinatie en hoeveelheid van basisbehoeften
        Elke plant heeft zijn eigen mix van basisbehoeften nodig. De combinatie en hoeveelheid die in de plant zelf wordt geregeld, bepaalt onder wat voor leefomstandigheden een plant kan leven. Zo groeit de ene plant het beste in een warm klimaat, terwijl een andere plant slechts in een koude omgeving kan overleven. Dit geldt ook voor de verschillende grondsoorten waar planten in kunnen leven en de hoeveelheid licht die nodig is voor een plant.
        Voorbeeld: denk hierbij aan het onderscheid tussen zonneplanten en schaduwplanten.
      4. Leefomstandigheden
        Vaak is een externe verandering van de leefomstandigheden fataal voor een plant. Zo komen schaduwplanten bij ontbossing vaak opeens in het volle licht te staan. Door de te grote invloed van de zon, kan zo een plant gemakkelijk sterven. De plant past zich echter vaak aan de veranderde omstandigheden aan. Zo zijn hebben veel bomen in een dichtbegroeid bos alleen hoge takken en zijn de onderste takken afgestorven.

      Ongunstige groei- en bloeifactoren

      Factoren die de groei van een plant ongunstig kunnen beïnvloeden zijn:

                • droogte
                • koud
                • wind
                • teveel licht
                • te weinig licht
                • te schrale grond
                • te zware grond


      Voorbeeld: Een grondsoort die arm is aan ijzer, brengt wat bleek uitziende planten voort. Voor een optimale plantengroei moet de grond ook verschillende zouten bevatten waarin stikstof, fosfor, kalium, calcium, zwavel, ijzer en magnesium aanwezig zijn. Een te grote hoeveelheid van een bepaalde stof kan nadelig zijn. Zo kunnen teveel koper en zink tot afwijkingen bij planten leiden.