Lavendel

lavendel

Lavandula is een kruidachtige plant die zich nogal ‘verhout' aan de voet van de twijgen en daarom door botanici tot de halfheesters wordt gerekend. Het geslacht Lavandula omvat ca. 25 soorten en behoort tot de familie van de Lamiaceae, de lipbloemigen. ‘Lavandula' komt van ‘lavare' en dat betekent ‘wassen' en/of ‘reinigen'. Lavendel wordt al sinds de oudheid gebruikt om badwater te parfumeren. En Lavendel werd ook gekweekt door de Grieken en Romeinen voor de etherische olie die uit de bloemen geproduceerd kan worden.

Oorsprong

Lavendel (Lavandula) komt oorspronkelijk voor in het Middellandse Zeegebied. De plant wordt echter al eeuwenlang ook noordelijker in tuinen gekweekt. Op de lavendelvelden in Frankrijk zal je de echte lavendel vrijwel nooit tegenkomen. Er wordt daar een hybride gekweekt die meer olie oplevert. Deze wordt in het Frans 'lavandin' genoemd in plaats van 'lavande' (gewone lavendel).

Beschermer

De ‘gewone' Lavendel is de Lavandula angustifolia. Ze vormt niet alleen een mooie combinatie met rozen, maar beschermt rozen ook nog tegen luis. Lavendel verdrijft mieren maar trekt vlinders aan. Vooral Koolwitjes komen op Lavendel af. Aangezien het grote Koolwitje, schadelijk kan zijn voor de Koolsoorten in de moestuin, is het dus niet verstandig Lavendel in de buurt van de moestuin te planten.

Standplaats

Lavendel is vooral geschikt voor wat droge, maar humusrijke grond. Een plaats in de zon is onontbeerlijk voor een rijke bloei. De struiken worden op een onderlinge afstand van dertig centimeter geplant. Deze afstand ook aanhouden als er een haagje moet worden gevormd. Lavendel wordt zeventig tot negentig centimeter hoog en kan een breedte van een halve meter bereiken. Blaadjes zijn lancetvormig en grijs tot groen van kleur. Over de blaadjes ligt een berijpte waas. Bij aanraking van het blad komt het lichtzoete aroma vrij. Lavendel is uitstekend geschikt om in een kruidenpotpourri op te nemen, het geurt lekker in de linnenkast of onder je hoofdkussen. Bloemen verschijnen op lange stelen, die boven de struik uitsteken. De bloemen staan in aren van vijf tot acht centimeter lang. Bij lavendel verloopt de bloei van onderen naar boven.

Er zijn maar weinig planten met dezelfde droge, voedselarme en zonnige voorkeuren als de lavendel. Daarom wordt de plant vaak in groepen aangelegd, of als haagjes rondom een border of in vakken. In de winter geven deze bladhoudende struikjes structuur aan je tuin.

Lavendel wordt ook vaak bij rozen geplant. Het paarsblauw combineert erg mooi met de pastelkleuren van rozen. Vooral de roos heeft hier profijt van, omdat lavendel luizen weert. De grote mestbehoefte van rozen is echter voor lavendel niet bepaald ideaal.

Geneesmiddel

Al bij de Romeinen en oude Grieken werd lavendel gebruikt als geneesmiddel: de etherische oliën werken kalmerend op het centrale zenuwstelsel. Ook werd gedacht dat bosjes gedroogde lavendel ziekten, zoals de pest, op een afstand zouden houden. Het verhaal gaat dat de 'zwarte dood' aan de middeleeuwse handschoenmakers in het Franse plaatsje Grasse voorbij ging: zij parfumeerden het fijne leer immers met lavendelolie! Dorpsbewoners legden direct de link met de lavendel en sindsdien droegen veel mensen in de getroffen gebieden een bosje gedroogde lavendel tussen hun kleren.

Prachtige tinten

Lavendel geeft een echt mediterraan effect. Zeker naast andere zonminnende planten, zoals phloxen, Bertram en lage anjers. Vooral een vakkentuin omzoomd met lavendel, en beplant met de uitbundig bloeiende lavatera is adembenemend mooi. Zoekt je het in de blauwe en lilablauwe tinten? Denk dan eens aan een 'paars borderpakket' met lavendel, Alliums en Salvia. Diverse soorten irissen gecombineerd met het oranje bloeiende havikskruid en lavendel vormen trouwens ook een heel bijzonder plaatje.

Lavendel snoeien

Vanaf het eerste jaar goed snoeien leidt tot een bossige groeiwijze, met zoveel mogelijk vertakkingen aan de basis en mooie bolvormige struikjes of volle haagjes. Sla je het snoeien een paar jaar over, dan zit er op den duur alleen nog wat blad aan de toppen van de lange kale en lelijke stengels.

De zomersnoei doe je aan het einde van de bloei. Dat kan vanaf juli tot september zijn. Om lavendel te oogsten, knip je 's morgens vroeg de in volle bloei staande stengels tot 10 cm onder de bloempjes af (hang de stengels te drogen op een droge plek uit de zon). Ook als je het zonde vindt om jouw mooie geurplanten te oogsten en aarzelt met snoeien, is het advies om direct ná de bloei de bloemstelen en stengeltoppen te snoeien. Zo kan de plant nog even wat groeien voordat de winter begint. 

De hoofdsnoei vindt plaats eind maart, begin april. Zodra de strengste vorst voorbij is neem je ongeveer 1/3 van de plant terug. Zorg er wel voor dat er nog wat blad aan de takken blijft zitten anders loopt de plant niet meer uit. Want wanneer je te diep terug snoeit tot op het oude hout dat geen slapende ogen meer heeft, dan kunnen de planten niet meer uitlopen. Snoei daarom enkel terug als je vanonder nieuwe scheutjes op de takken ziet.

Bekijk ons lavendel assortiment.