Kruiden voor geur, smaak en decoratie



Bij kruiden en specerijen denken de meeste mensen veelal aan hun kleinste keukenkastje in de keuken. Geschiedenisverhalen wijzen uit dat vele kruiden aanvankelijk niet dit culinaire doel dienden, maar een meer medicinale doeleinde.

Vroeger hadden wijze mannen en vrouwen aanzien door hun kennis van kruiden. In Europa bijvoorbeeld de Druïden. Zij maakten kruidenmengsels om mensen van hun kwaaltjes te genezen. Later bleken die genezingen vaak gebaseerd op inderdaad werkzame scheikundige processen, waarvan men toen nog niet op de hoogte was. Mensen droegen bijvoorbeeld kruidenbuiltjes als afweer tegen de tyfus. Nu weten wij dat er een wetenschappelijke basis voor is: de antiseptische oliën van bepaalde kruiden werken als bacteriedodend middel.

Kruiden spelen ook al heel lang een rol in het religieuze leven. De heilige zalfolie bestond onder andere uit mirre en kaneel, en men brandde aloë als wierook. Dergelijke specerijen waren indertijd net zo kostbaar als goud en het is dus logisch dat degenen die deze kruiderijen verhandelden machtig waren. De geschiedenis heeft dan ook dramatische omwentelingen gekend als gevolg van de specerijen- en kruidenhandel.

En onbewust is de mens nog steeds geneigd te zoeken naar de oplossingen die Moeder Natuur ons biedt. Praktisch iedere helende crème is verrijkt met Aloë Vera en voor bijna elk kwaaltje bestaat wel een kruidenthee. Onbewust vallen we voor de mysterieuze kracht van kruiden. Maar het is meer dan alleen de geneeskrachtige eigenschappen.

Geloven we heilig in de oplossingen die de natuur ons biedt? Worden we aangetrokken door de verleidelijke geuren en de hoge sierwaarde? Of hebben de heerlijke smaken ons in hun greep? Het is juist deze veelzijdigheid van kruiden die ze onmisbaar maken...

Lavendel

Al bij de Romeinen en oude Grieken werd lavendel gebruikt als geneesmiddel: de etherische oliën werken kalmerend op het centrale zenuwstelsel. Ook werd gedacht dat bosjes gedroogde lavendel ziekten, zoals de pest, op een afstand zouden houden. Het verhaal gaat dat de 'zwarte dood' aan de middeleeuwse handschoenmakers in het Franse plaatsje Grasse voorbij ging: zij parfumeerden het fijne leer immers met lavendelolie! Dorpsbewoners legden direct de link met de lavendel en sindsdien droegen veel mensen in de getroffen gebieden een bosje gedroogde lavendel tussen hun kleren.

Er zijn maar weinig planten met dezelfde droge, voedselarme en zonnige voorkeuren als de lavendel. Daarom wordt de plant vaak in groepen aangelegd, of als haagjes rondom een border of in vakken. In de winter geven deze bladhoudende struikjes structuur aan uw tuin.

Lavandula angustifolia is de lavendelvariant die het meest in onze streken groeit. Het is een winterharde, groenblijvende vaste plant. Ze draagt aren met paarsblauwe bloemen en smalle grijs getinte bladeren, die een duidelijke aroma afgeven.

Zowel de bloemen als de bladeren van lavendel kunnen gebruikt worden voor allerlei dingen. Denkt u overigens wel aan het verschil van plukmoment: de bloemen plukt u wanneer ze net open zijn, de bladeren daarentegen vóór de bloei.

Beide zijn te gebruiken in salades, dressings en desserts met ijs of fruit. Een andere gebruiksmogelijkheid, wellicht een iets minder bekende, is die in wijn, azijn en gelei. De bladeren zijn ook een smakelijke combinatie met lamsvlees. Daarnaast worden de bloemen ook verwerkt in suiker voor gebak. Bij iedere bereiding geldt: gebruik bloem en blad spaarzaam.

Dan is er uiteraard nog de bekende aromatische eigenschap van lavendel. De bloemen kan men drogen op een vlakke ondergrond of ondersteboven hangend in bundeltjes. Na het drogen kunnen ze in stoffen zakjes tussen beddengoed en kleren gelegd worden. Ruikt niet alleen fris, het schrikt ook motten af!

Als laatste biedt dit kruid nog enkele verzorgende mogelijkheden in de vorm van etherische olie. Dit verzacht namelijk steken, brand- en snijwonden. En niet te vergeten verjaagt het vliegen en muggen! Enkele druppels olie op uw hoofdkussen of thee getrokken van lavendelbloemen zorgen beide voor een goede nachtrust.

Tijm - Thymus vulgaris

Onderzoek toonde aan dat tijm zo een sterke antiseptische werking heeft, dat het bacillen in veertig seconden kan doden. De Egyptenaren wisten dit al eeuwen geleden en gebruikten tijm om hun doden in te balsemen. De Oude Grieken verbrandden het kruid vooral als geurige wierook. Vandaar het Griekse woord voor verbranden, 'thymon'.


Tijm kent meer eigenschappen: het is opwekkend en versterkend. Daarom wordt het aanbevolen bij ademhalingsproblemen, een slechte bloedsomloop of slechte spijsvertering. Een aftreksel van het kruid geeft tevens verlichting bij hoofdpijn, nervositeit, hoesten, griep.

In gerechten overheerst tijm door zijn scherpe, volle smaak al snel; gebruik dus nooit teveel. Tijm smaakt lekker in worst, vleesgerechten, stoofpotten met wijn, tomaat, salade en gekookte vis. Een mix van tijm en bonenkruid is een prima vervanger van peper!

‘Last but not least' is het een heerlijk ruikende tuin- en balkonplant, die de hele zomer bloeit. Het struikje wordt ongeveer 30 cm. Hoog. Deze mooie bodembedekker heeft een bossige groei. Door regelmatig te knippen wordt de plant voller. Het kruid heeft smalle, altijd groene blaadjes en paarse bloemetjes. Tijm stelt niet veel eisen aan de grondsoort, is makkelijk te onderhouden, houdt van zon en warmte en heeft niet veel water nodig. Bij Bakker hebben we de prachtige variëteit Thymus serpyllum. Een prachtig tapijtje voor in uw tuin!

Smaakmakers in de keuken

Natuurlijk rest ons nog de smaakmakers in de keuken. Welke kruiden uw gerechten verrijken? We noemen er een paar:

Munt:

de scherpe pikante smaak van munt is onmiskenbaar. Het bevat de sterk geurende stof menthol, wat heerlijk ruikt! Munt combineert perfect met bijvoorbeeld lamsvlees. 

Basilicum:

de glanzend groene blaadjes hebben een sterk aroma en kunnen zowel vers als gedroogd gebruikt worden. Versgeknipte blaadjes kunt u zelfs in kleine porties invriezen. Knipt u de bloemetjes maar af. Dit versterkt zowel de bossige groei, als de smaak van de blaadjes! Deze smaken wat bitter. Een combinatie van rozemarijn, salie en basilicum is dan ook een goede keuze is voor salades, groentesoepen en pastasausen.

Salie:

men gebruikt salie vooral in sauzen en bij vette gerechten. U kunt dan denken aan ingrediënten als varkensvlees, schaapsvlees en eend. Ook vette vissoorten combineren heerlijk met dit kruid, net als kruidenazijn en kruidenolie.

Rozemarijn:

nog zo'n kruid, die vele toepassingen kent. Op culinair gebied maken we onderscheid tussen het blad en de bloem. De laatstgenoemde kunt u bijvoorbeeld vermengen met salades of met suiker en slagroom, wat heerlijk is door gepureerd fruit. Het blad komt goed tot z'n recht bij vleesgerechten en gebakken aardappelen. Natuurlijk onmisbaar in de tomatensaus voor de pasta!

Bieslook:

een kruid met een zachte uiensmaak. Naast vitamine A en B is bieslook zeer rijk aan vitamine C. Als u de bloemetjes laat zitten, verliest het kruid een deel van z'n kracht! Het fijngesneden blad is lekker in salades, ragouts, sauzen en dressings. De smaak raakt verloren tijdens het meekoken. Gedroogd heeft bieslook ook minder smaak. Verpakt in een plastic zakje kan het prima worden ingevroren.

Er zijn eindeloos veel kruiden, die van uw maaltijd een culinair hoogstandje maken. Zo hebben we bijvoorbeeld nog tuinkers, dille, peterselie, gele mosterd en bonenkruid. Ieder met een volledig eigen karakter.

Kruiden zijn niet meer weg te denken. En u kunt ze werkelijk overal kweken! Dat is het leuke van kruiden. In potjes op het balkon of op de keukentafel, in een kruidentuintje of gewoon tussen uw siergewassen in de borders.