Het verwilderen van bloembollen en planten

Verwilderen-bloembollen-en-planten

In elke tuin is wel een plekje te vinden waar bloembollen of planten uitstekend kunnen verwilderen. Geef de speciaal voor verwildering geschikte gewassen een goede plek om vrij te kunnen vermeerderen en de natuur doet verder zijn werk!

Zorg er als eerste voor dat een bol- of knolgewas een rustige standplaats heeft waar het zichzelf optimaal kan ontwikkelen. Daarnaast is het van belang dat u het gewas na de groei met rust laat. Laat het (gele) blad, dat voor de plant zo onmisbaar is voor de ontwikkeling, zitten. Het zal uit zichzelf afsterven. De bollen en knollen kunnen nu een tijd rustig gedijen. Zo verwilderen ze gemakkelijk en hoeft u er geen aandacht aan te besteden.

Bloembollen

Bloembollen, bijvoorbeeld krokussen en narcissen, verwilderen uitstekend in een gazon. Voorwaarde is wel dat de grond tijdens de rustperiode van de bollen nogal droog is en dat het blad volledig kan uitrijpen. Daarnaast hoeft u het gras na de bloeiperiode in het voorjaar, nog niet te maaien. Als u dat wel doet, verstoort u de natuurlijke omstandigheden die nodig zijn om te verwilderen.

Stinzeplanten

Als we spreken over het verwilderen van bloembollen, komt ook de term Stinzeplanten vaak naar voren. ‘Stinzeplanten' is de Nederlandse verzamelnaam voor alle bloembollen, planten en heesters die tussen de Middeleeuwen en het begin van WO II vanuit andere Europese landen zijn ingevoerd. Deze soorten zijn geplant in o.a. Stinzen (een Fries steenhuis met een gracht eromheen) en daarna verwilderd. De soorten die zich daar hebben vermeerderd zijn inmiddels niet meer weg te denken uit onze cultuur. Tegenwoordig worden deze Stinze bloembollen, planten en heesters als inheems beschouwd.

Bloembollen voor verwildering

Er zijn verschillende plekken die uitstekend geschikt zijn voor verwildering van bloembollen. Maak hiervoor wel een voldoende groot oppervlak beschikbaar.

  • Grasvelden
    Zeer geschikt voor het verwilderen van bloembollen zijn grasvelden. Let er dan wel op dat het gras pas gemaaid mag worden als het bovengrondse deel van de bloembol geheel is afgestorven. Dit kan het beste 6 tot 8 weken na de bloeiperiode van de bol. Wij raden u daarom aan om liever vroegbloeiende bollen te planten. Soorten die het meest geschikt zijn voor aanplant in gras: sneeuwklokjes, krokussen, Chionodoxa's, Scilla siberica's en vroegbloeiende narcissen.

  • Brede randen langs heestergroepen
    Een bosachtig deel van de tuin kan aanmerkelijk verlevendigd worden met het aanbrengen van een ruime beplanting die daarna kan verwilderen.

  • Tussen andere planten
    De zaden die na de bloeiperiode zijn gevormd, zullen tussen planten een goede voedingsbodem vinden. Hier kunnen ze uitstekend ontkiemen en op den duur verwilderen.