Een zomerse snoeibeurt voor fruit

snoeibeurt voor fruit

Deze zomer wil je vast weer lekker genieten van je fruitbomen. Voor een heerlijk gezonde oogst is goed en zorgvuldig snoeien belangrijk. Lees hier een aantal tips & tricks. 

Voordelen

  • In de zomer kan je corrigeren wat bij de wintersnoei niet helemaal goed is gegaan. De jonge, onbruikbare rugscheuten die daardoor zijn ontstaan, kan je dan weghalen.
  • In een beurtjaar (een jaar met weinig of geen vruchten) kan er zich een sterke boomgroei ontwikkelen. Om dit af te remmen, haal je een groot deel van de scheuten weg. Bij de meeste fruitsoorten groeien de vruchten op kort of middelmatig lang hout.
  • De scheuten die overblijven na de snoei, zullen beter belicht worden. De kans dat de boom of struik het volgende jaar vruchten afwerpt, wordt op deze manier vergroot. Ook verkleint een goede belichting de kans op verspreiding van plagen en ziekten.
  • Tijdens de zomersnoei kan je ook constateren of er planten aangetast zijn door schimmels. Deze kan je daardoor vaak tijdig verwijderen zonder al teveel schade.

Tips voor de snoei van steenfruit en pitfruit

Niet alle fruitbomen worden op dezelfde wijze gesnoeid. Voor steenfruit, zoals de pruim, perzikabrikoos en kers, en voor pitfruit, zoals de appel- en perenboom, geven we tips. Voor druiven en houtige kleinfruitsoorten gelden andere regels. 

Wildopslag

Takken die ontstaan onder de entplaats, noemt men ‘wildopslag'. Ze groeien dus uit de vanuit de wortels en de onderstam in plaats van uit de ent. Op deze manier onttrekken deze wilde scheuten voedsel dat beter besteed is aan het geënte ras. Verwijder daarom alle takken en scheuten van de onderstam, zo diep als mogelijk is. Dit kan je doen met een snoeischaar of door ze eruit te trekken.
 
Na voorjaarsentingen of het omenten van onderstammen groeien er vaak talrijke wilde scheuten van het oude ras van de onderstam. Verwijder deze niet in één keer, maar in meerdere malen.

Rugscheuten

Over het algemeen zijn dit kruidachtige scheuten, die met de hand kunnen worden afgebroken. Hiermee voorkom je ook terugkeer van deze twijgen, dat vaak gebeurt bij het gebruik van een snoeischaar. De scheuten groeien op de bovenkant (rug) van de vruchttakken, ook wel geseltakken genoemd.

Innijpen van sterkgroeiende scheuten

Als je de groei van deze scheuten wilt remmen, kan je ze begin augustus nog inknippen, ofwel innijpen. Zo krijg je korte vruchtscheuten.

Zaagwonden van de wintersnoei

Waar uit de wintersnoei overgebleven zaagwonden zitten, kunnen enkele scheuten ontstaan. Daarvan laat je het best één horizontaal groeiende scheut staan en breek je de rest weg.

Zijhout

Snoei te lang uitgroeiend zijhout ook terug tot op een zwakkere, omlaag groeiende scheut. Deze dragen geen vruchten, dus ontnemen alleen maar voedingstoffen. Met deze leidraad hou je jouw fruit in top conditie! Ze zien er mooi uit en je kan er later weer de vruchten van plukken!

Snoeien van de meest voorkomende bomen:

Vijf hoofdtakken voor de appelboom en perelaar

Houd in de loop der tijd vijf hoofdtakken (zogenaamde gesteltakken) aan, die op diverse hoogten van de stam beginnen en in verschillende richtingen wijzen. Indien nodig buig je de takken naar beneden. Deze zet je dan vast met touwen of band (na een jaar weer verwijderen). Snoei de zijtakken vervolgens ieder jaar tot op de helft terug.

Zomersnoei bij hoog- en halfstam

Om de groei van een kroon te bevorderen, kan je in de zomer al snoeien. Snoei driekwart van de scheuten terug. De scheuten in het verlengde van de gesteltakken laat je zitten. De takken buig je horizontaal uit. Die zet je vast voor bevordering van de knopvorming. Haal vooral de naar binnen groeiende twijgen weg.

Pruimenboom: maximaal vier gesteltakken

Voor pruimenbomen gelden bijna dezelfde regels als voor de appel en peer. Het verschil is dat de pruim in de zomer wordt gesnoeid en dat je daarbij drie à vier gesteltakken moet aanhouden. Hou de takken zo nodig wijder uit elkaar door er een stokje als wig tussen te zetten. Zo kunnen ze niet steil naast elkaar groeien. Een pruim heeft om de twee jaar onderhoudssnoei nodig. Alleen de steil groeiende takken langs de stam haal je helemaal weg, zodat er een mooie open kroon blijft. Snoei verder alleen twijgen die de lichtinval belemmeren.

Spilvorm ideaal voor de kersenboom

Een kersenboom groeit uit tot een stevige boom, die voor een gemiddelde tuin al snel te groot wordt. Als je echt kersen wilt eten, moet je de boom in spilvorm snoeien. Dit gaat als volgt:

  • Na het planten niet snoeien.
  • Houd de spilvorm op een hoogte van tweeënhalf à drie meter.
  • Snoei de kers in augustus, want dan helen de wonden beter.
  • Houd vijf of zes hoofdtakken aan. Zorg daarbij voor een verdeling op de stam, die ervoor zorgt dat de onderste takken ook licht krijgen.

Snoeien van oud naar jong

Een oude vruchtboom kan je verjongen, door de takken die naar binnen groeien (evenals alle beschadigde en zieke takken) helemaal weg te halen. Het jaar daarop zijn in de winter de gesteltakken aan de beurt. Snoei deze allemaal op ongeveer gelijke lengte. Je kan bij het ontstaan van grote wonden een afdekmiddel gebruiken.

Onderhoudssnoei bij een volgroeide kroon

Zorg voor een goed evenwicht tussen het aantal vruchttakken en groeitakken. De zijtakken op de gesteltakken (die het geraamte van de boom vormen), mogen niet zwaarder worden dan de gesteltakken zelf. Het gestel van de boom kan je daarom het beste in dezelfde grootte houden.

Bekijk ons assortiment snoeigereedschappen.