De geschiedenis van de tulp

De geschiedenis van de tulp

Nederland staat natuurlijk bekend om zijn klompen, molens en tulpen. De geschiedenis van de Hollandse tulp gaat terug tot in de 16e eeuw. Oorspronkelijk komen tulpen uit Turkije, en niet uit Nederland. In Turkije groeit de Laleh (Turks voor tulp) gewoon in het wild. Tulipa is Latijn voor tulp, wat weer is afgeleid van Tulipan, dat tulband betekent. De vorm van de tulpen werd in die tijd vergeleken met de vorm van een tulband. De tulp veroverde het Ottomaanse rijk en kwam omstreeks 1578 via Groot-Brittannië« naar Holland.

De tulp verovert Perzië

Constantinopel, het huidige Istanbul, werd in de 16e eeuw beschouwd als een van de mooiste steden van de wereld. Het was het centrum van handel, verkeer, cultuur en politiek. De Ottomaanse sultans waren dol op de tulp en de paleistuinen waren rijkelijk versierd met de tulpen. De prachtige tuinen in de stad Istanbul oogsten veel bewondering. De tulp werd erg populair en het symbool voor macht en rijkdom. De 'Tulpeneeuw' in Turkije bereikte haar hoogtepunt aan het begin van de 18e eeuw. Ieder voorjaar bij volle maan gaf Sultan Ahmed III in de paleistuin een indrukwekkend tulpenfeest. Deze kostbare feesten deden de Sultan uiteindelijk de das om. Hij werd vermoord door ontevreden samenzweerders die vonden dat de schatkist te leeg raakte.

De tulp verovert Perzië

De oude muren van Constantinopel, tijdens het Tulpfestival in Istanbul, Turkije.

In Perzië werd de handel en cultuur in tulpen streng beschermd. Het was verboden tulpen te verhandelen buiten de hoofdstad. Overtreders werden zwaar gestraft. Alle bestaande en nieuwe tulpen variëteiten werden nauwkeurig beschreven. In het oudste bekende tulpenboek worden maar liefst 1588 namen van gekweekte tulpen opgesomd.

De tulp verovert Europa

Sultan Ahmed III gaf aan belangrijke gasten tulpenbollen cadeau. Een van deze belangrijke gasten was de Vlaamse edelman Ogier de Busbecq. De tulpenkoorts sloeg over op Busbecq, gezant van de Oostenrijkse Hapsburgers aan het hof van Süleyman de Grote. Hij schreef met veel enthousiasme over de schoonheid van de tulp.


Clusius

Edelman Ogier de Busbecq stuurde zijn vriend, de geleerde Carolus Clusius (Charles de l'Écluse), wat van de bloembollen. Deze Clusius was een Franstalige geleerde en hofbotanicus in de kruidentuin van de keizer van Oostenrijk. Hij raakte zo gehecht aan zijn aanwinsten dat de tulpen een ereplek in de tuin kregen.

Clusius werd hoogleraar in Leiden en nam de tulpenbollen mee naar Nederland. Hij deed er allerlei proeven en onderzoeken mee en kweekte de tulpen in de kruidentuin van de Universiteit, de Hortus Botanicus in Leiden. Dankzij de zandige bodem in het Hollandse kustgebied werd het kweken van de tulp een succes. De eerste 'Rembrandt' tulpen hadden gevlamde bloemblaadjes en werden geschilderd door Rembrandt van Rijn en andere bekende Nederlandse schilders uit die tijd. Clusius onderzocht vooral de vlammen en strepen in deze tulpen (in de 19e eeuw werd ontdekt dat de vlammen en strepen het gevolg was van een virus).

Buste van Carolus Clusius
Buste van Carolus Clusius
Mix van gevlamde triumph tulpen

Mix van gevlamde triumph tulpen

Clusius wilde zijn exotische bloembollen verkopen maar vroeg een te hoog bedrag voor de bloembollen, zodat niemand ze kocht. Een aantal heren met handelsgeest slopen op een nacht zijn tuin in en namen de bloembollen mee. De gestolen bloembollen zouden het uitgangsmateriaal voor de tulpenkweek in Holland vormen. Clusius legde door zijn onderzoeken de basis voor de Nederlandse bollenteelt en tulpenveredeling. Ook introduceerde Clusius onder andere bloembollen zoals de ranonkel, iris, anemoon en narcis uit de landen rond de Middellandse zee.

Rond 1623 beschrijft de beroemde Engelse schrijver van kruidenboeken, apotheker en botanicus John Parkinson al over alle gekweekte tulp variëteiten. Hij verdeelt ze in drie groepen bloeitijden van de tulp: vroeg, middelvroeg en laat. Deze indeling wordt tegenwoordig nog steeds gebruikt. Groot-Brittannië« speelt vandaag de dag nog steeds een grote rol bij het kweken en administreren van nieuwe soorten tulpen.

Tulpomanie

Tulpen werden in korte tijd populair in grote delen van Europa. Maar het waren vooral de rijken die zich deze bloemen konden veroorloven. De tulp werd steeds duurder en in 1634 brak de 'Tulpomanie' uit, ook wel 'Tulpenrage', 'Tulpengekte' of 'Bollengekte' genoemd. De handel in bloembollen tijdens de Tulpomanie was een ware windhandel, de eerste economische luchtbel in Nederland. In deze speculatieve handel werden tulpenbollen gekocht en verkocht zonder dat er geld of goederen van eigenaar verwisselden. De gekte dreef de prijzen zo hoog op dat een tulpenbol de zelfde waarde had als een grachtenpand. Na drie jaar, in 1637 kwam er een einde aan deze Tulpomanie. De prijzen begonnen scherp te dalen en veel handelaren gingen failliet. Fortuinen verdwenen als sneeuw voor de zon en velen raakten werkeloos. In april van dat jaar greep de overheid in door iedere speculatieve overeenkomst ongeldig te verklaren.

Tulpenvaas

In de 17de eeuw werden er speciale vazen voor tulpen gemaakt. Deze zogenaamde tulpenvazen hadden vaak een rond model en hadden een aantal openingen waarin elk een tulp ingestoken kon worden. Deze vazen werden veelal in Delft of in China gemaakt en werden versierd met een Delfts blauw of Chinees decor. De tulpenvaas diende vooral als decorstuk. Omdat de tulp zo kostbaar was, werden de bloemen per stuk verkocht.