Campanula met zijn veelzijdige klokjes



Campanula's luiden als klokken de zomer in. Campanula's zijn kleine klokjes die als randbeplanting, in de rotstuin, over muurtjes buitelend of als grote klokken in de border gebruikt kunnen worden. Ze zijn makkelijke en onovertroffen aanwinsten voor uw tuin.

In het wild

Campanula's komen oorspronkelijk uit de landen rond de Middellandse Zee, de Kaukasus en de Balkan. Slechts een paar soorten (onder andere het grasklokje) groeien ook noordelijker, hoewel ze daar steeds zeldzamer worden. De naam van de campanula komt van het Latijnse Campa, wat ‘bel' betekent.

Standplaats

Campanula houdt van een ietwat vochtige plek en geeft de voorkeur aan een halfzonnige standplaats. Let op dat de grond goed doorlatend is. De klokjesbloem staat ‘s winters niet graag met haar voeten in het water. De aarde mag niet te rijk bemest zijn.

Hoge soorten

Campanula's zijn er in lage en hoge soorten. Een hoge soort is bijvoorbeeld het beeldschone Witte Kluwenklokje. Dit is een plant die:
  • snel groeit;
  • ongeveer 50 tot 60 cm hoog wordt;
  • zowel in de zon als de schaduw kan staan.

De belvormige bloemen verschijnen aan de top van de stevige rechte stengels. Als u de jonge scheuten in mei topt, wordt de bloei gerekt tot mei/juli. De witte bloemen combineren mooi met varens, hosta's en de bijzondere roze bloeiende Chinese primula (Primula valii). Ook kunnen hoge campanula's gebruikt worden als snijbloem.