Vleesetende planten

Vleesetende planten gebruiken hun mooie, exotische en grillige uiterlijk om kleine spinnetjes en insecten te vangen. Ze zorgen dus voor hun eigen voedsel en hebben alleen water nodig. De meest bekende vleesetende plant is de Dionaea Muscipula, oftewel de Venusvliegenval, die vangbladeren gebruikt die heel snel dichtslaan. De Sarracenia en de Nepenthes vangen hun prooi in een soort beker en de Drosera heeft bladeren met tentakels waar insecten aan blijven kleven. Zet de vleesetende planten lekker in de zon, in een pot of achter glas, en geniet van deze meedogenloze schoonheid.

Verzorgen vleesetende planten
Vleesetende planten zijn makkelijk thuis te houden. Het enige wat nodig is dat de aarde van de plant de continue vochtig blijft. Gebruik hiervoor een plantenspuit en gebruik regenwater of gedistilleerd water voor het beste resultaat.
 
Vleesetende planten hebben mineraalarme grond nodig die rijk is aan turf en zand, omdat ze zich in de natuur hebben aangepast aan arme voedingsbodem. Ten slotte hebben deze planten veel licht nodig - ze zullen het beste groeien op een zonnige plek of in de halfzon.
 

Wat is een Venus vliegenval?


Dionaea Muscipula - beter bekend als de Venus vliegenval is een populaire vleesetende plant. De plant is inheems in de subtropische wetlands van Noord- en Zuid-Carolina.  Net als andere planten verzamelt deze vleesetende plant zijn voedingsstoffen uit gassen in de lucht en de bodem. Omdat deze planten in voedingsarme grond groeien, focussen ze op insecten voor voedingsstoffen. De bladeren zijn bekleed met korte, stijve haren en staan wijd open. Wanneer een vlieg of ander insect deze haren aanraakt, genoeg om ze te buigen, klappen de bladeren dicht en vangen ze wat er in zit.
 
De val sluit in minder dan een seconde, maar deze sluit aanvankelijk niet helemaal af. Als het object geen voedsel is, zal het opnieuw openen en uitspugen. Wanneer het voedsel sluit, houden de trilhaartjes grotere insecten binnen en binnen enkele minuten sluit het zich stevig.  De val sluipt strak rond het insect en scheidt spijsverteringssappen af. Dit hele proces duurt tussen de vijf en twaalf dagen.
 
Als je een Venus vliegenval voedt met iets dat niet beweegt, knijp dan de val dicht en beweeg het voedsel rond zodat het er levend uitziet. Als het insect te groot is, steekt het uit de valstrik, waardoor de val uiteindelijk afsterft.
 

Wat is een Bekerplant?

Een bekerplant, zoals Sarracenia en de Nepenthes, heeft de val in de vorm van een diepe holte gevuld met een vloeistof. Vliegen en insecten worden aangetrokken door de holte, gevormd door een komvormig blad als visueel lokmiddel en een zoete nectar als geurend lokmiddel. De zijkant van de kelk is glad zodat de insecten eenmaal binnen niet kunnen ontsnappen. De plant verteert vervolgens de prooi en haalt daar de nodige minerale voedingsstoffen uit. Deze zijn nodig vanwege het gebrek aan voedingsstoffen in de grond waarin ze groeien.
 

Wat is Zonnedauw (Drosera)

Zonnedauw dankt zijn Nederlandse naam aan het feit dat de bladeren bezaaid zijn met vele dauwdruppeltjes, die prachtig glinsteren in de zon. Deze glimmende 'dauwdruppeltjes' zijn eigenlijk een kleverige substantie die aan de tentakeltjes zitten om insecten mee te lokken en te verteren. De insecten worden ook door de veelal rode kleur van het blad van de zonnedauw gelokt. Wanneer de insecten de kleverige druppels aanraken, zullen ze hieraan vastkleven. Hierna zal de plant het insect verteren en opnemen. Sommige zonnedauw soorten kunnen de bladeren ook om het insect heen vouwen, waardoor een optimale vertering kan plaatsvinden. De gevangen insecten dienen om de vleesetende plant te voorzien van voedingsstoffen die niet of minimaal aanwezig zijn in de bodem waar de planten leven. De meeste zonnedauw soorten leven in moerasachtige gebieden, enkele soorten leven in uiterst droge gebieden.